Behandelingen > Dryneedling / Myofaciaal therapie > Fibromyalgie vs Myofaciale pijn

vergelijking myofasciale pijn- fibromyalgie

Definitie

  1. Fibromyalgie (FM) is een chronische, niet inflammatoire vorm van rheuma die enkel week weefsel aantast, vooral spieren.
  2. FM wordt gekenmerkt door chronische myofasciale pijnen verspreid over het ganse locomotorisch stelsel, objectiveerbaar door de aanwezigheid van Tender Points.(TeP)
  3. De spierpijn wordt erger gedurende fysische activiteit en bij koude en vochtige weersomstandigheden.
  4. Dikwijls gecombineerd met slaapstoornissen, een algemene vermoeidheid, een intolerantie tegenover koude, hoofdpijnen, droge ogen en een droge mond, een geirriteerd colon en blaas.
  5. Verschillende pijnlijke zones kunnen worden gepalpeerd bij patiënten met fibromyalgie. Wanneer de pijn zich focaliseert tot een goed lokaliseerbaar punt, spreken we van een Tender Point. Wanneer het pijnpunt een uitstralingspijn veroorzaakt spreken we van een Trigger Point.
  6. Fibromyalgiepatiënten werden vroeger aanzien als lijdend aan meerdere TPs.

Criteria

1. een voorgeschiedenis van verspreide pijn over het lichaam.

volgende elementen zijn verplicht aanwezig :

  • een veralgemeende pijn in de vier quadranten van het lichaam.
  • de pijn moet minstens 3 maand aanwezig zijn.
  • geen rheumafactor in het bloed.
  • op 18 moeten er minstens 11 TePs gevoelig zijn.

van volgende elementen moeten er minimum 3 aanwezig zijn in combinatie met bovenvermelde verplichte criteria :

  • gevoelig aan vochtige weersomstandigheden.
  • angst.
  • stress.
  • moeilijkheden bij fysische activiteit.
  • slaapstoornissen.
  • chronische hoofdpijn.
  • zwelling.
  • algemene vermoeidheid.
  • ochtendstijfheid.

2. pijn in 11 van 18 Tender Point regio’s bij palpatie.

+ deze regio’s zijn :

  • occiput: aan de inserties van de M. Suboccipitale.
  • laag cervicaal: aan het anterolateraal van C5-C7.
  • M. Trapezius: op het middenste punt op de schouder.
  • M. Supraspinatus: fossa supraspinatus, aan de mediale boord van de scapula.
  • tweede rib: boven lateraal aan de costochondrale junctie.
  • laterale epicondyle: 2 cm distaal van de epicondyle.
  • gluteaal: in de bovenste laterale quadrant naar anterior toe.
  • trochanter major: posterior van de prominentia trochanterica.
  • knie: aan de mediale vlezige dikte proximaal van het gewricht.

+ we spreken van pijn wanneer er reeds pijn optreedt onder 4 Kg digitale druk.

Classificatie

1. Primair Fibromyalgie Syndroom

  • doet zich voor bij de afwezigheid van een onderliggende rheumatologische of andere significante conditie.
  • te associëren met een myofasciaal pijnsyndroom.

2. Geassocieerde Fibromyalgie

komt samen voor met een andere significante conditie zoals bv.osteoarthritis, die echter de algemene fibromyalgie symptomen niet kunnen verklaren.

3. Secundair Fibromyalgie Syndroom

komt voor in combinatie met een onderliggende aandoening, zoals rheumatoide arthritis, polymyalgia rheumatica, lupus erythematosus, hypothyroidie, hyperthyroidie, waarbij rekening moet worden gehouden met de FM-symptomen, die echter verdwijnen wanneer de primaire aandoening behandeld werd.

Oorzaken

1. een verminderde energievoorziening binnenin de spier.

  • te weinig zuurstof.
  • te lage concentratie aan fosfaten.
  • te veel anaerobe activiteit, zonder voldoende aanvoer van nieuwe zuurstof in de spier.
  • een verminderde microcirculatie in de spier.
  • spier microtraumata.

2. een verhoogde sympatische activiteit.

  • vooral tijdens rustperiodes.

3. een veranderde perceptie en modulatie van pijn.

4. abnormale slaappatronen.

Epidemiologie

  • Fibromyalgie komt in een rheumatologische praktijk voor met een percentage tussen de 2% tot 6%. In een algemene praktijk ligt dit percentage tussen de 1% en 10%
  • FM komt 7 tot 8 maal meer voor bij vrouwen dan bij mannen.
  • de symptomen manifesteren zich gemiddeld tussen de 25 en 45 jaar.
  • angst, depressie en somatische ongemakken treden op de voorgrond.

Symptomen Fibromyalgie

Spierpijn:

  • FM begint meestal met een gelokaliseerde pijn in de schouder-nek zone, lumbaal of in de heupregio.
  • De pijn verspreid zich tot het zich over het ganse lichaam manifesteert en het syndroom tot volledige ontwikkeling is gekomen.
  • Bij ongeveer 30% van de patiënten vinden we in de voorgeschiedenis een schuldige terug, zoals een Whiplash-kwetsuur of een acute virale infectie.
  • Er zijn voelbare strengen in de spieren.
  • Daardoor is er een verstoorde microcirculatie, met een ongewilde spierspanning tot gevolg.
  • Er komen regelmatig spasmes en contracturen voor.
  • De energievraag in de spier > energieproductie.

Gewrichtspijn:

  • De meeste FM-lijders klagen ook van gewrichtspijnen.
  • De pijn wordt meestal in verband gelegd met de aanhechtingen van de pezen bij de gewrichten en van de weefsels rond deze gewrichten.
  • stijfheid:
  • Spier- en gewrichtsstijfheid komt bij meer dan 90% van de FM-patiënten voor.
  • Dit is het slechts in de morgen, gedurende ongeveer 1 tot 2 uur.

Verergerende factoren:

  • Fysische activiteit.
  • Koude en vochtigheid. (warm en droog weer in combinatie met rust geven tijdelijk enige verbetering van de klachten.)

Vermoeidheid:

  • Een algemeen gevoel van vermoeidheid.
  • Men voelt zich te moe om te doen wat men zou willen doen.

Slaapstoornissen:

  • Slecht slapen.
  • Zich nooit uitgerust voelen na het slapen.
  • Komen voor in 50% tot 90% van de FM-patiënten.

Hoofdpijn:

  • 50% van de FM-patiënten klaagt van erge hoofdpijn en het veelvuldig optreden van hoofdpijnen.
  • Men brengt de hoofdpijn in verband met de spierpijn.

Geprikkelde blaas en colon:

  • Bij ongeveer 40% van de FM-patiënten.

Functionele onbekwaamheid:

  • In dezelfde graad als de patiënten met rheumatoide arthritis.

Fenomeen van Raynaud:

  • Ongeveer 30% van de FM-patiënten vertonen dit fenomeen.
  • Dit wordt niet gerekend bij primaire FM en wordt ook niet in relatie gebracht met een vasculaire aandoening.

Therapeutische mogelijkheden voor Fibromyalgie

Niet-steroidale anti-inflamatoire medicatie (NSAID) en zwakke pijnstillers

  • Deze medicaties nemen een deeltje van de pijn weg.
  • Acetylsalicilaten en paracetamol.
  • Ze blijken onvoldoende resultaat te geven.

Corticosteroiden

  • Worden toegepast bij gelokaliseerde pijnen.
  • Enkel van nut bij heftige acute pijnen voor een tijdelijk soelaas.
  • FM is geen indicatie voor het toedienen van corticosteroiden.

Anti-depressiva

  • Vooral tricyclische zoals bv. Amitriptyline, cyclobenzaprine hebben een effect bij FM-patiënten.
  • Worden gegeven aan een dosis die gelijk staat aan 1/10 van de normale dosis die wordt gegeven bij depressies.
  • Het effect is ook sneller dan bij een behandeling voor depressie.
  • Ze nemen echter de klachten niet weg.

Serotonines

  • Hebben een invloed op de centrale regulatie van de slaap en de pijn.
  • Tryptophan vermindert het aantal TePs, met het gevoel van minder pijn en een betere slaap.

Medicatie met een gecombineerd effect

S-adenosylmethionine (SAMe) komt natuurlijk voor in het lichaam en neemt deel aan sommige metabole processen. 2 studies hebben aangetoond dat deze SAMe pijnstillend werkt en de FM-patiënten fysisch sterker maakt. Carisoprodrol is een spierrelaxator die wordt in combinatie gegeven met paracetamol en caffeine aan FM-patiënten met als gevolg een gevoel van minder gevoeligheid van de spieren en een verbetering van het algemeen welbehagen. Wat de specifieke effecten zijn van de medicatie is niet heel duidelijk.

Kinesitherapie

  • De beste resultaten worden geboekt door een fysisch trainingsprogramma te combineren met psychologische support en relaxatie.
  • Het hoofddoel is om te vermijden dat er een volledige inactiviteit ontstaat van de spieren en de productie van endomorphines te stimuleren.

Educatie en cognitieve herstructurering

  • De meeste FM-patiënten zijn verkeerd ingelicht over wat fibromyalgie is, of hebben een andere diagnose meegekregen.
  • Wanneer de patiënt begrijpt wat hij heeft kan alleen maar positief bijdragen in zijn behandeling.
  • Het aanpakken van de stress en een herstructuratie van de dagelijkse activiteiten zijn helpvol bij de behandeling.

Totaalbehandeling: een vorm van pijnschool

  • Educatie.
  • Stress reductie.
  • Meditatie.
  • Lage dosissen anti-depressiva.
  • Aerobics.
  • Cardiovasculaire fitness.
  • Hypnotherapie.
  • Cognitieve herstructurering.
  • Myofasciale therapie.
  • Oefenprogramma in groep of thuis.

Sociale interpretatie van fibromyalgie

• FM vertoont geen voor de hand liggende tekens voor een aandoening. De FM-patiënt ziet er redelijk gezond uit en de klassieke labo-testen zijn négatief. Zodoende wordt de FM-patiënt ten onrechte gemakkelijk in de neurotische of hysterische hoek gedrukt door artsen die de problematiek van de fibromyalgie niet kennen, met de nodige maatschappelijke gevolgen.

• De medische literatuur over FM is tot op heden nog moeilijk toegankelijk. Daardoor kunnen nog maar weinig artsen de klachten interpreteren. Vandaar dat een patiënt met een aandoening die moeilijk is te catalogeren, ook vaak wordt beschouwd als een moeilijke patiënt.

• Wanneer men tot de conclusie kan komen dat een patiënt lijdt aan FM en een goed voorbereid therapie-plan vooropgesteld wordt, zal de patiënt in kwestie een vorm van rechtvaardiging verwerven. Hij wordt hierdoor bevestigd dat hij wel degelijk een somatische aandoening heeft en niet langer moet verweten worden dat hij alles insinueert. Dit verandert dan mede de sociale status.

Vergelijking 

MYOFASCIALE PIJN> FIBROMYALGIE

  • mannen = vrouwen. > vrouwen : 7 > mannen : 1.
  • van elke leeftijd met een voorkeur op actieve leeftijd > ontstaat meestal tussen de leeftijd van 25 en 45 jaar.
  • patiënt kan bij acute pijn juist omschrijven hoe en wanneer het is begonnen. > weet niet waardoor en precies wanneer het is begonnen.
  • een gelokaliseerde pijn. > een wijd verspreide pijn.
  • wordt gekenmerkt door TPs, Trigger Punten. > wordt gekenmerkt door TePs, Tender Punten.
  • soms gepaard met beperking van de beweeglijkheid. > geen bewegingsbeperkingen.
  • pijn is aanwezig van dagen tot jaren, maar niet continu aanwezig. > de pijn is minimum 3 maand constant aanwezig.
  • jump sign. > jump sign.
  • palpatie van actieve TPs lokt een specifieke uit stralingspijn uit. > palpatie van TePs kan wat uitstralingspijn uitlokken.
  • verzwakte spier. > algemene vermoeidheid.
  • het wegwerken van bestendigheidsfactoren > chroniciteit is hier onafscheidelijk aan verbonden
  • kan de pijn voorkomen.
  • verstoorde slaap. (geen indicatie voor de diagnose.) > slaapstoornissen. (wel een indicatie.)
  • focale dysfunctie van een spier > systeemaandoening.